SUIKER

Alle artiesten
Delen:

Luc Van Soom, Fik Van Gestel, Raymond Minnen, Chris Meulemans, Silvia Bonotto, Nel Aerts, Bob Roes, Joris Martens en Fred Michiels: negen Kempense kunstenaars hebben een werk gemaakt voor cultuurkrant Suiker. Dat doen ze voor een goed doel: de toekomst van de cultuurkrant veiligstellen. Suiker dreigt in 2018 immers zijn subsidies (die in het verleden al gehalveerd werden) helemaal te verliezen en uit het medialandschap te verdwijnen.

 De 9 werken worden in een beperkte oplage van 100 exemplaren geprint op hoogwaardig ‘museumpapier’ (A3), en door de kunstenaars gesigneerd en genummerd. Een map met de 9 werken kost 750 euro. Op de tentoonstelling zijn de ‘originals’ te zien. Ook daar zijn de meeste van te koop. De opbrengst gaat integraal naar de vzw Kempense cultuurpromotie, uitgever van Suiker.

"Suiker dreigt in 2018 zijn subsidies - die in het verleden al gehalveerd werden - helemaal te verliezen en uit het medialandschap te verdwijnen."

- Roel Sels -

Negen kunstenaars voor suiker

De werken van de negen kunstenaars die zich engageerden voor het behoud van de cultuurkrant Suiker kan je bekijken in de suikerkamer op TarmaX.


  • Luk Van Soom (°1956), beeldhouwer, kan een indrukwekkend palmares voorleggen van tentoonstellingen, projecten en opdrachten in binnen- en buitenland. De retrospectieve deze zomer in de Turnhoutse Warande, waarin hij onder andere zijn sarcofaagreeks voorstelde, ligt uiteraard nog vers in het geheugen. Tijdens zijn rijk gevulde carrière combineerde hij zijn kunstenaarschap met doceeropdrachten aan de academies van Breda en Antwerpen, en aan de Rietveldacademie in Amsterdam. In 1992 vertegenwoordigde hij België op de Wereldtentoonstelling in Sevilla. 
  • Fred Michiels (°1966) is conceptueel kunstenaar, en bijgevolg een consequent doorbreker van alle gebruikelijke categorieën. Hij lijkt zich al scheppend af te vragen of hij nu tekent, schildert, assembleert of enig ander artistiek metier beoefent. Met humor en inventiviteit treedt hij de toeschouwer én de kunst tegemoet. Hij stelt zowat alle conventies in vraag, maar zweert het esthetische niet af. Abstract of figuratief, landschap of portret, vormperfect of slordig, Michiels weet het moeiteloos te combineren: zijn vakmanschap staat als een huis. 
  • Fik Van Gestel (°1951) schildert bij voorkeur in acryl. Hij vindt zijn inspiratie vaak in de natuur – die overigens aan zijn achterdeur begint – en die hij tot haar gestileerde en geabstraheerde essentie weet te herleiden. Van Gestel was 27 jaar lang docent schilderen aan de Hogeschool Sint Lukas in Brussel. Werk van hem bevindt zich in de collecties van het Antwerpse MHKA, Mu.ZEE in Oostende, het Museum VBVD in Venlo, MUDEL in Deinze, de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank in Düsseldorf. Hij kreeg een ruime overzichtstentoonstelling in de Warande in 2014. 
  • Raymond Minnen (°1950) is in de vroege jaren zeventig begonnen als popartkunstenaar, en dat is hij vandaag nog altijd. Zijn beeldentaal lijkt te gek voor woorden, maar in feite stelt hij bloedernstige vragen. Onverdroten herschrijft hij de geschiedenis en hij is niet bang om daarvoor Lenin naar Balen of Mol te halen. Hij lacht met alles wat de mens bedot. Minnen was meermaals te gast in de Warande, in de Antwerpse Zwarte Panter en in Galerie 100 Titres in Brussel. In 1996 hield PMMK Oostende (nu Mu.ZEE) een overzichtstentoonstelling, en de gemeente Mol toont verscheidene sculpturen van hem in de openbare ruimte. 


  • Silvia Bonotto (°1965) bekent zich stilistisch tot het abstracte expressionisme. Ze maakt doorgaans grote olieverfschilderijen die, hoe abstract ook, telkens een sterk verhaal vertellen. Bonotto is bovenal een coloriste: via krachtige kleurlagen en –toetsen communiceert ze haar emoties en haar engagement. Sinds kort werkt ze ook op kleiner formaat en waagt ze zich aan grafiek. In 2016 was ze geselecteerd voor de Biënnale van de Schilderkunst in Oost-Vlaanderen. Werk van haar is opgenomen in de vaste collecties van het Museum van Deinze en de Leiestreek, Museum Plantin-Moretus en het Museum Jan Vaerten.


  • Chris Meulemans (°1967) werkt in reeksen die ontstaan vanuit maatschappelijke vraagstukken die haar bezighouden. Onder het ogenschijnlijk lieflijke oppervlak schuilt een wereld waarin zekerheden beginnen te wankelen. De fragiele, subtiele en poëtische uitvoering en de zorgvuldige keuze van de drager dragen bij tot een compositie die niet enkel visueel maar ook qua beleving aanspreekt. Haar oeuvre is een open dialoog met het dagelijkse leven en met de kijker. Haar werk slaat, zalft en stemt tot zelfreflectie. Meulemans is docente schilderen aan de academie van Arendonk.


  • Joris Martens (°1975) hanteert een veelheid aan technieken en media. Tekenen is voor hem de basis, maar het leidt tot litho’s, aquarellen, schilderijen, objecten in glas, installaties, animatie en performance. Hij toont organische vormen in felle kleuren, beweging, ritmische transparantie. Zijn onderwerpen zijn van een bedrieglijke eenvoud: Martens geeft de toeschouwer uitdrukkelijk de taak om op zoek te gaan naar de gelaagdheid in zijn kunst. Werk van hem bevindt zich onder andere in de collecties van het MoMa in New York, het KMSK Antwerpen en het Münchner Künstlerhaus.  


  • Nel Aerts (°1987) geeft haar werken veelzeggende titels mee als ‘Prins Hartseer’, ‘Lady Teardrop’ en ‘Frau Wolke Esser’, als waren het sprookjes of kinderboeken. Fantasie en humor zijn inderdaad vaste ingrediënten in haar kunst, maar tragiek, melancholie en poëzie zijn dat evenzeer. Aerts werkt multimediaal: tekeningen, collages, foto’s, acryl- en olieverfschilderijen, geen techniek laat ze onbenut. De ogenschijnlijk simpele, robuuste vormgeving die ze hanteert past perfect bij haar onderwerpen, die tegelijk speels en gevoelig zijn. Dit is eigentijdse kunst van hoog niveau.


  • Bob Roes (°1969) presenteerde voor Turnhout 2012 zijn 94 romboïdes, een hommage aan dadaïst Marcel Duchamp. Maar zo strak en mathematisch precies als zijn sculpturen zijn, zo wazig en onbestemd zijn Roes’ schilderijen. Hij veegt gezichten uit, knipt werken in twee, houdt zijn contouren flou en zijn kleuren opvallend gedempt. Het totaalbeeld oogt, behalve mysterieus, ook leeg en pessimistisch. ‘De kunst kan niet beter gediend worden dan door een negatieve gedachte’, aldus Albert Camus. Geen kunstenaar die dat adagium beter illustreert dan Bob Roes.

 

Dirk Stoops

vorige

Joris Taeymans

Volgende